vanwaarzijdegij

Maarten Dings

brecht van maele

Dit beeld van Brecht van Maele is afkomstig uit het boek ‘Kleine Vlaamse Mythologieën.’ Een week of twee geleden nam mijn vriendin het als verrassing voor mij mee tijdens de uitverkoop bij de Gentse boekenwinkel Paard van Troje. Ze weet wat ik leuk vind. In de twaalf  jaar dat ik inmiddels in België woon is het gepalaver over de verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke lage landen nooit opgehouden. Er blijken steeds weer nieuwe vergelijkingspunten te vinden. Veel halve waarheden en oudbakken clichés ook (hallo Michiel Hendrickx!). Een gapende kloof blijft evenwel de uiteenlopende visie op het fenomeen ruimtelijke ordening. Voor wie opgroeide in een vinexwijk is vrolijk Vlaanderen, wat dat betreft, een verademing.
Mijn vaderland is het meest nauwkeurig (en daarmee ook het mooiste) in beeld gebracht door Hans van der Meer in zijn boek ‘Uit voorraad leverbaar‘. Een Belgische evenknie is er volgens mij niet echt. Daarvoor is het land te ongrijpbaar. Zodra je er grip op meent te hebben, glipt het als een paling uit je handen. Ondertussen ben ik in beide landen evenveel thuis als uit. Ergens zwevend tussen Mondriaan en Magritte.
Terug naar het al even ongrijpbare beeld van Brecht van Maele; dat weggestopt zat tussen twee essays over de Vlaamse identiteit. Even doet het mij denken aan ‘the steerage‘. Het iconische beeld van Alfred Stieglitz dat ooit het modernisme inluidde. Ook hierboven zien we het harmoniseren van twee werelden: De ons vertrouwde en herkenbare wereld (vol stoeptegels en bloembakken) en eentje die meer weg heeft van een mysterieus sprookje. Bobbie in wonderland. Of eerder de wat dommige Rataplan?
Ik raak in elk geval niet uitgekeken. Op de achtergrond een etalagepop waarin ik al te graag de (amorfe) reflectie van de fotograaf wil zien. De etalage zelf heeft verdacht veel weg van een deur. Het hekwerk dat, door de flits, een schaduw werpt op de jas van de man. Het witte knoopje aan de mouw van de jas en hoe die mouw samen met de hand wat tegen het hekwerk aangeplakt lijkt. Het labeltje aan de ritssluiting. De omhooggetrokken rechterkant van de jas en de ietwat doorzakkende houding van de man. De instappers. De witte vouwen in de zwarte tas; uit een luxe boetiek. De ene wijsvinger om de riem; die de hond nog in bedwang houdt. Het knikje in de leiband en vervolgens de rechte lijn tot aan de gespannen halsband. Een beeld dat erom smeekt de tijd weer in beweging zetten. Een fractie later zie je de leiband nog net in het donkere gat verdwijnen.
Het beeld is, in tegenstelling tot de meeste andere beelden in het boek, niet terug te vinden op de website van Van Maele. Ik vermoed omdat het te mooi is om waar te zijn (tenzij de keffer zich wonderwel door een van de onderste gaten heeft weten te wurmen). Doet er niet toe. Fotografie en de waarheid hebben slechts een verstandshuwelijk.
ps: In de VPRO reeks ‘Het België van..‘ neemt  Daan Stuyven de kijker (op zijn moto) mee langs de roemruchte steenwegen om aan het einde van de aflevering zijn land (letterlijk) te bezingen. Niet veel later zou hij dezelfde basistrack gebruiken voor een iets minder mis te verstane muzikale middelvinger naar  Bart de Wever. Iets ouder en luchtiger commentaar op de heimat is dit pareltje: